|
Het schaatsseizoen begint traditiegetrouw op de krabbelbaan van de Jaap Edenbaan. Daar ontmoeten we elkaar (weer). Na een kort welkom door de voorzitter, presenteert de coördinator van de instructeurs zijn teamleden met de bijbehorende niveaus. Je weet dan genoeg om je bij de juiste groep aan te sluiten; dikwijls begin je waar je vorig seizoen eindigde. Hoe je wekelijkse uurtje schaatsen bij AMVJ eruit ziet? Je mag het ijs op als de ijsmachinerie eraf is en dat is inde regel het geval om 19.40 uur. Om 20.40 uur moet je weer van het ijs áf, omdat ze dan het ijs gaan prepareren voor het publiek dat al staat te trappelen. Al voor het AMVJ-uur is aangebroken begint voor veel leden de waming-up op het terrein rond de baan. Beetje hardlopen, beetje rekken en strekken, een setje schaatsverwante oefeningen, weer een beetje rekken en strekken en dan schaatsen.
Vaak duurt het een paar minuten en rondjes voor je de groep van je keuze opzoekt. Hoe je je schaatsuur verder inricht, dat hangt vooral af van je schaatskwaliteiten en van je aspiraties. Ben je een kruk en wil je een crack worden, dan maak je bij de beginnersgroep een goede start. Ben je een routinier die wil schaven aan zijn techniek, probeer dan de techniekgroep. Koers je op duuuuuurvermogen, dan is de conditiegroep wat je zoekt. Ben je geen beginneling meer, maar zie je jezelf nog niet rondjes achtereen doorjakkeren, overweeg dan een zogeheten middengroep.
De beginnersgroep laat zich zo typeren: deze schaatsers komen wel vooruit, maar écht schaatsen willen ze het zelf nog niet noemen. Een of enkele elementaire onderdelen van de techniek zijn nog niet goed aangeleerd; nog niet alles zit er goed in en komt er dus ook nog niet goed uit. Denk daarbij aan afzetten met je punten, niet toekomen aan de glijfase, zoveel onbalans dat je armen meedoen als evenwichtsstok et cetera. En een bochtje lopen, daar heb je helemaal nog geen kijk op; daarvoor moet je een maand of misschien wel een seizoen vooruit kunnen kijken.
Van de middengroepen heeft AMVJ er gewoonlijk vier. Dat heeft ondermeer van doen met een maximale groepsgrootte van circa twintig schaatsers, maar ook met graduele verschillen in schaatskwaliteiten, ambities en voorkeuren. Alle facetten van de schaatstechniek gaan je zo goed af dat de beginners misschien jaloers op je zijn. (Jij, op jouw beurt, bent misschien jaloers op de gevorderden). De ene instructeur richt zich vooral op souplesse en techniek, zonder conditie en kracht te negeren. De andere instructeur mikt vooral op conditie en kracht, zonder souplesse en techniek te negeren. Weer een ander leert je het geluk ervaren van een goed gereden bocht, zonder het rechte eind te vergeten. En nog een andere doet het juist andersom, voorrang voor het rechte eind, zonder de bocht te vergeten. Ach, voor het ultieme schaatsgenot moet liefst alles kloppen.
In de gevorderden techniekgroep tref je schaatsers die de middengroep ontgroeit zijn omdat ze daar te goed voor schaatsen. Je kunt dan tamelijk snel schaatsen en het ziet er nog goed uit ook. Hoewel je in de bochten de middelpunt vliedende kracht voelt, wil je toch nog jezelf verbeteren. En dat wil je het liefst doen door een nog betere techniek en een goede conditie kan daarbij ook geen kwaad.
Ook de gevorderden conditiegroep wordt bevolkt door ex-middengroepers. Ook zij schaatsen snel. Bovendien ziet het er ook nog tamelijk verzorgd uit. Als je bij dit groepje meeschaatst dan weet je van wanten. Je schaatst je rondjes, je rijdt om beurten op kop om de wind onschadelijk te maken voor de dames en heren achter je. En als je je schaatsen uittrekt, dan gutst het zweet langs je rug. |